Appels

Appels

Appels zijn al heel lang bekend. In vroege prehistorische tijden werden appels door de jagerverzamelaars al verzameld en gegeten. Wilde appels behoren al vanaf tienduizend jaar voor Christus tot het menselijk voedselpakket. Rond 4000 voor Christus werden appels in het Midden-Oosten al geteeld. Via de zijderoute werden appels naar alle kanten verhandeld en verspreid. De Romeinen hebben voor verdere verspreiding over Europa gezorgd. In Europa werden in de negentiende eeuw heel veel verschillende rassen geteeld, veel steden hebben hun eigen ras ontwikkeld.

Appels maken al lang deel uit van ons cultureel erfgoed, in tal van belangrijke of minder belangrijke verhalen spelen ze een rol. Denk maar aan het verhaal van Wilhelm Tell, die een pijl moest schieten door op een appel die op het hoofd van zijn zoon lag. Of het verhaal van de verboden appel in de Bijbel, waar Eva en Adam van snoepten.

Kweken van appels

Een traditionele appelboom kan groot en hoog worden, wat het plukken bemoeilijkt. Door nieuwe ent technieken kon men op lage stammen gaan enten, waardoor de appelbomen veel lager konden blijven. Op de nieuwe soorten werd plukken gemakkelijker en de commerciële teelt is dan ook volledig overgegaan op de laagstam soorten. Ook in de eigen tuin doet de appelboom het prima. Sommige rassen vragen om bestuiving door een andere appelboom, vraag bij aanschaf na of je van het gekozen ras één of twee bomen moet zetten.

Een appelboom in eigen tuin kan je het beste in het voorjaar in de volle grond planten. Houd de appelboom na het planten zeer vochtig voor een goede ontwikkeling van de boom en wortels. In het eerste jaar na het planten van de kleine appelboom moet de vorming van appels worden voorkomen om de ontwikkeling van de boom te bevorderen. Verwijder de bloesem van de appelboom, waaruit de appels zich anders gaan ontwikkelen. Indien de appelboom gegroeid is, is het van belang de appelboom goed uit te dunnen om de ontwikkeling van appels te bevorderen. Daarnaast dien je de ontwikkelende appels uit te dunnen. Na de ‘junival’, wanneer kleinere appels uit zichzelf hebben losgelaten, is het aan te raden om 1 á 2 appels uit iedere volle tros te verwijderen. Verwijder hierbij ook de ‘koningsvrucht’, dit is de meest misvormde appel van de tros. Om het breken van de volle takken te voorkomen kan je overwegen om ze te spalken.   

Oogsten van appels

Afhankelijk van het ras, kunnen appels geoogst worden vanaf half augustus tot half oktober. Je plukt door de appels een beetje op te tillen en met de duim voorzichtig op het breukvlak te duwen. Appels, die klaar zijn om te oogsten, laten gemakkelijk los. De appels rijpen na het plukken nog na. De bewaartijd is ook weer afhankelijk van het ras. Rassen met wat zachtere appels zullen minder lang houdbaar zijn dan de hardere soorten.

Ziekten en bedreigingen bij appels

Appelbomen, met name de appels zelf, kunnen last hebben van insecten zoals de fruitmot, de bladluis of de appelzaagwesp. Ook schimmels kunnen de bomen en appels belagen.