Meloen

Meloen

Een meloen is een heerlijke vrucht, dit was al duizenden jaren geleden al bekend in landen als India, Iran en Egypte. Vanuit deze landen begon de meloen langzaam aan een opmars over de rest van de wereld en kwamen ook de our Grieken en Romeinen in aanraking met de meloen. Toch zou het nog tot de vijftiende eeuw duren voor de meloen in Noord- en West-Europa werd ingevoerd. De invoering van meloen in de overige delen in Europa is met name te danken aan het feit dat de verschillende koninklijke families de meloen ontdekten en er dol op waren. La Quintinie, landbouwkundige onder het bewind van de Franse koning Lodewijk XIV, de Zonnekoning, kweekte meloenen voor de koning. Door slim verschillende soorten meloen te kruisen wist hij steeds betere exemplaren te kweken.

Meloen is een vrucht die boordevol vitaminen en caroteen zit en is dus erg gezond. Het waterpercentage is hoog, rond de 90%. Pas wel een beetje op met grote hoeveelheden meloen, het eten ervan kan namelijk een laxerend effect hebben.

Het kweken van meloen

Meloenen hebben meer warmte nodig dan bij ons meestal voorhanden is en worden om deze reden in Nederland dan ook onder of achter glas geteeld. Professionele teelt vindt uiteraard in de kas plaats. Als stadsboer ben je aangewezen op het gebruik van een kas, koude bak of met plastic overdekte tunneltjes om meloen te kweken. Het is niet aan te raden om meloen direct in de volle grond van de kas of koude bak te zaaien, het beste kan je de meloen eerst binnen opkweken in een kweekkas. Om in de zomer van de meloen te kunnen geniten moet je uiterlijk begin april de meloen zaaien. Nadat de meloenplantjes zijn opgekomen kan je ze na een aantal weken verpotten of in de kas planten. Bij de opkomst van de eerste 2 bladeren is het belangrijk om de meloenplant te toppen, door het intoppen voorkom je dat er geen zijscheuten (lees bloemen) zich ontwikkelen op de zijtakken. Tijdens de verdere ontwikkeling van de meloenplant is het aan te raden om de overtollige bladeren te snoeien om de groei van de bloemen te bevorderen. Zodra er vrouwelijke bloemen in de planten komen moet er gelucht worden. Bijen en hommels kunnen daardoor de bloemen bereiken en hun steentje bijdragen in de bevruchting, door stuifmeel over te brengen. Geen hommels of bijen? Dan gebruik je zelf een wattenstaafje om de vrouwelijke bloemen te bevruchten met het stuifmeel van de mannelijke bloemen. Indien de bevruchting is geslaagd zal je zien de de bloem zich (langzaam) tot meloen gaat ontwikkelen. Tijdens de ontwikkeling zal de meloen zich steeds verder ontwikkelen tot volwaardig exemplaar. Als de meloenen rijp zijn, geven de onderkanten wat mee, als je erop drukt. Bovendien verspreiden ze een zoete geur. Geplukte, rijpe meloenen zijn heerlijk zoet van smaak. Eet je ze niet meteen op? Zorg er dan voor dat je ze op een koele plek (bijvoorbeeld in de koelkast) bewaard.

Ziekten en ongedierte bij meloen

Meloen is, zeker in ons klimaat, geen sterke plant en is dan ook gevoelig voor een aantal ziektes, schimmels en ongediertes. Denk hierbij bijvoorbeeld aan spint, witte vlieg, grauwe schimmels, meeldauw, bacteriehartrot die veelvuldig bij meloen voorkomen.