Wormenbak

Wormenbak

Wormenbakken zijn ideaal om zelf keukenafval te composteren. Omdat een wormenbak niet stinkt en ook nauwelijks vliegjes aantrekt, is zo'n wormenbak ook prima binnenshuis te gebruiken. Het is de kleinst mogelijke manier om zelf compost te maken. Het resultaat is mooie, donkere grond of grondverbeteraar met een lekkere boslucht.

Wormenbak maken

Zelf een wormenbak maken hoeft niet heel ingewikkeld te zijn en er zijn er verschillende online te vinden.. Zelf heb ik eerst een eigen wormenbak gemaakt van een plastic bak. Voor de winter heb ik nieuwe bak gekocht met meerdere lagen, zodat ik betere controle heb over de wormen en keukenresten en het ziet er net even wat beter uit. 

Zelf een wormenbak maken

Er zijn kant-en-klare wormenbakken te koop, maar ze zijn ook goed zelf te maken. Je hebt hier minimaal twee grote, donkere plastic emmers of bakken met deksel voor nodig. In één bak of emmer boor je gaatjes. Die mogen wel tot een cm groot zijn, ze zijn nodig om vocht af te kunnen voeren én voor de ventilatie. Er wordt weleens gesteld dat de gaatjes niet te groot mogen zijn omdat de wormen er anders door zouden vallen, maar hier hoef je niet bang voor te zijn. Wormen vallen niet zomaar uit de compost, ze kruipen eruit als ze daar een goede reden voor hebben en in die zin is het dus een teken dat er iets mis is, als je ziet dat de wormen in de onderste bak terechtkomen. Ook in het deksel maak je gaatjes. De bak met de gaatjes zet je in de dichte bak. Een steen of klein bloempotje zorgt ervoor dat er ruimte is tussen de twee bakken of emmers.

Compostwormen voor de wormenbak

Er bestaan drie soorten wormen. De meest bekende is de 'gewone' regenworm, die diepe gangen graaft in de grond en zodoende voor een goede drainage van de bodem zorgt. Deze worm is niet geschikt voor de wormenbak omdat hij de diepte zoekt. Een andere soort zijn de zogenoemde bodemwoelers. Deze wormen leven ongeveer 30 cm onder de grond en zijn mede daarom ook niet geschikt voor de wormenbak. De derde soort is de groep strooiselwormen of mestwormen. Deze leven in de bovenste grondlaag en zijn echte afvaleters. De Eisenia Fetida is zo'n strooiselworm die zich ook nog eens heel snel voortplant. De ideale worm voor de wormenbak dus. Je kunt ze misschien krijgen van iemand met een composthoop of wormenbak en je vindt ze ook tussen paardenmest. Je kunt ze ook (online) kopen. Bij de visserswinkel vind je ook strooiselwormen, meestal van de soort Dendrobaena Veneta. Deze plant zich minder snel voort en ze eten ook minder. Daarom zijn ze minder geschikt voor de wormenbak.

Een wormenbak opstarten

In de bak met gaatjes leg je een laagje van ongeveer 5 cm aan fijne houtsnippers, kort gesneden stro, dunne (dorre) twijgjes en eventueel wat papiersnippers. Maak deze laag licht vochtig. Hierop plaats je de compostwormen met wat half verteerde compost. Ook kun je al een beetje keukenafval in niet te grote stukken (liever niet groter dan 5 cm) toevoegen. Na ongeveer twee tot drie weken zul je zien dat er al jonge wormpjes in de bak zitten. Je kunt nu beginnen met het 'voederen' van de wormen met keukenafval. Geef zeker niet te veel, het is een veelgemaakte fout om de wormenbak als een soort vergaarbak van keukenafval te beschouwen. In principe kan een wormenbak zorgen voor het composteren van de hoeveelheid keukenafval van een één- of tweepersoonshuishouding. Te veel voedsel gaat stinken en het lekvocht wordt licht van kleur.

De werking van de wormenbak

Het keukenafval wordt allereerst door micro-organismen (waaronder bacteriën en schimmels) bewerkt: de afgescheiden enzymen zorgen ervoor dat het keukenafval zacht wordt en langzaam maar zeker verteert. Wormen hebben geen tanden en ze leven dus van zacht materiaal dat ze op kunnen zuigen. Keukenafval kan ook door de micro-organismen alleen verteerd worden, maar de wormen versnellen het proces en ze zorgen dat de micro-organismen zich goed door de wormenbak verspreiden. Bovendien is de compost - in feite de uitwerpselen van de wormen - van een betere kwaliteit. Het lekvocht of percolaat heeft een hoog zoutgehalte en is in een verdunde oplossing - ongeveer 1 op 10 - een goede plantenvoeding.

Wat wel en wat niet in de wormenbak

Wel in de wormenbak: niet bereide (dus niet gekookte) groente- en fruitresten in stukken van maximaal 5 cm, thee en koffiedik (eventueel mét zakje/filter), geplette eierschalen, verwelkte bloemen en bladeren. Wees karig met scherp en zuur voedsel als pepertjes, citrusfruit en ui. Hoe gevarieerder, hoe beter.
Niet in de wormenbak: vlees- en visresten, brood en andere deegwaren, zuivelproducten.

De wormenbak uitbreiden

Als de bak vol is, kun je eenvoudig een nieuwe bak - weer met gaatjes - op de volle bak zetten. Je kunt hierin een laagje van de bak eronder leggen en verder gaan met nieuw keukenafval. De wormen zullen na een poosje vanzelf naar de wormenbak erboven verhuizen. Dit gaat niet van het ene op het andere moment. De onderste bak moet daarom nog een poos blijven staan. Als er geen wormen meer in de onderste bak zitten, is de compost klaar en kun je deze bak legen.

Waarop letten bij de wormenbak

Als de wormenbak goed werkt, zie je de meeste wormen op 5 à 15 cm diepte. Als de meeste wormen dieper zitten, dan geef je te snel nieuw voedsel. Als de wormen
vooral aan de oppervlakte zitten, dan mag je wel wat meer voedsel geven.

Een goedwerkende wormenbak stinkt niet. Je ruikt wel de specifieke geur van net toegevoegd afval, maar tijdens het verteren verdwijnt dit en krijg je de geur van rijpe compost. Een stinkende bak is meestal een teken dat er te veel keukenafval gegeven wordt.