Oost-Indische kers

Oost-Indische kers

Je zou verwachten dat een plant met de naam Oost-Indische kers oorspronkelijk uit Indië of Indonesië bij ons terecht is gekomen. Dat is echter geheel onjuist, de Oost-Indische kers komt oorspronkelijk uit Midden- en Zuid-Amerika en is met de ontdekkingsreizigers in de zestiende en zeventiende mee eeuw naar Europa gekomen.

Het kan zijn dat de term 'Indisch' te maken heeft met de smaak, alle peperige kruiden die in die tijd in Europa bekend waren, werden immers vanuit het tegenwoordige Indonesië ingevoerd.

Kweken

Het kweken van de plant is erg eenvoudig. De zaadjes kunnen het beste in het voorjaar, maart – april, worden gezaaid. Kies een stukje van je tuin, schoffel het schoon, en druk de zaadjes in de grond. Omdat de het in de breedte groot wordt, moeten de zaadjes zeker 30 tot 40 centimeter van elkaar in de grond worden gedaan. De Oost-Indische kers groeit prima op de meeste grondsoorten, maar gedeid minder goed als de grond te nat wordt. Later in het jaar kan je ook zaaien, maar dan zal de plant pas in het volgende jaar gaan bloeien.

Oogsten

Van de Oost-Indische kers kunnen blad, bloem maar ook de zaden gegeten worden. Zodra zich bloemen hebben gevormd ken er dus geplukt worden. Pluk niet een hele plant kaal, zodat het in leven blijft en nieuwe twijgen en bloemen kan ontwikkelen. De bloem ontwikkelt na de bloei zaadjes, als je deze verzameld kun je de plant in het volgende voorjaar opnieuw zaaien.

Het gebruik Oost-Indische kers

De diverse onderdelen van de Oost-Indische kers, dus bloemen, bladeren en zaden, zijn eetbaar. De smaak is licht peperig en doet wat denken aan waterkers. De blaadjes zijn voorbeeld erg lekker in salades. Sommigen vinden, in verband met de smaak, dat de Oost-Indische kers bij de specerijen moet worden geteld.

Ziekten en ongedierte bij Oost-Indische kers

De Oost-Indische kers trekt ongedierte aan. In kwekerijen wordt de plant dan ook vaak ingezet om ongedierte bij de andere gewassen, waar het de kweker eigenlijk om gaat, weg te houden. Bladluis zit erg graag op de Oostindische kers, net als rupsen van het koolwitje.