Pronkbonen

Pronkbonen

Het mooie van pronkbonen is dat je op een relatief kleine oppervlakte een grote oogst kan halen. Als je een goede oogst met pronkbonen wilt behalen is het een goed idee om goedgerotte boerenmest door de aarde te spitten. Vanaf mei of juni kun je direct in de volle grond zaaien. 

De pronkbonen worden ook wel Roomsche Boonkes genoemd, en zijn een plantensoort uit de vlinderbloemenfamilie. De pronkboon wijkt plantkundig wel erg af van de andere Phaseolus-soorten. De kiemlobben van de pronkboon blijven bijvoorbeeld onder de grond en er komt vrij veel kruisbestuiving voor. De plant komt van oorsprong uit de berggebieden van Centraal-Amerika en Mexico. Hij is in de 17e eeuw naar Europa gekomen.

Men vermoedt dat de pronkboon afstamt van de wilde soort, die Phaseolus formosus heet. Deze klimplant is in Nederland rechtswindend en eenjarig, maar er komt ook een stamvariant voor. De bloem van de pronkboon is trosvormig, en bloeit tussen juni tot eind september. De plant is niet heel vatbaar voor ziekten en heeft ook weinig last van slechte weersomstandigheden. Ga je zelf pronkbonen kweken dan geeft dit zeker gemak. De plant waait niet snel kapot en wordt daarom vanouds als windkering gebruikt bij snijbonen en augurken, maar vroeger ook bij tabak.

Andere varianten van dit bonenras zijn de bruine boon, de kievitsboon, de snijboon en de sperzieboon. De laatste twee hiervan worden samen met hun peul gegeten.

Pronkbonen kweken

Pronkbonen kweken gaat als volgt: De klimmende pronkbonen worden aan bonenstaken geteeld. De staken zijn ongeveer 3 meter lang en kunnen afkomstig zijn van houtige gewassen zoals de wilg, bamboe en takken van de hazelaar. Ze gaan meestal zo’n drie jaar mee. Daarna verrot de onderkant en zijn ze niet meer lang genoeg. Ook breken de wilgenstaken na drie jaar makkelijk. De staken kunnen in twee rijen worden gezet of met drie of vier aan elkaar worden gebonden.

De afstand tussen de planten is tussen de 30 en 50 centimeter in de rij, met 120 tot 140 centimeter tussen de rijen. De pronkbonen worden gezaaid vanaf half mei tot eind juni. Over het algemeen worden er meerdere zaden per staak gelegd. De oogst begint eind juli en duurt tot het einde van augustus. De peulen moeten wekelijks geplukt worden, anders worden de peulen te oud en kunnen er geen nieuwe peulen meer gevormd worden. Pronkbonen kweken is leuk en lekker!

Oogsten van pronkbonen

Je kunt pronkbonen oogsten vanaf juli tot augustus. Oogst de pronkbonen wanneer ze jong en slank zijn. Hoe meer pronkbonen je oogst, hoe meer doppen er komen. Het geheim is om zo vaak mogelijk te plukken.

Zaaitabel en plantafstand

10 dagen van zaaien tot kiem, 90 dagen van zaaien tot oogst en een minimum plantafstand van 5 centimeter.

janfebmrtaprmeijunijuliaugsepoktnovdec
            
            
            
  •      zaaien binnen / glas
  •      zaaien buiten / verplanten
  •      oogsten

Ziekten en ongedierte bij pronkbonen

De meest voorkomende problemen bij pronkbonen zijn bladluizen, bonenkevers en vetvlekkenziekten. Daarnaast kunnen bonen soms last hebben van meeldauw, bonenvliegen, vogels, wormen en motvlinders.

Eten

Pronkbonen worden net als de snijbonen in gesneden vorm gegeten. Het begin en het einde van de peulen worden niet gebruikt. De pronkboon heeft een duidelijkere smaak dan de snijboon en de peul is groen en tussen de 25 en 29 centimeter lang. Pronkbonen moet je jong eten, omdat er anders op de rugnaad van de peul een hardere draad gaat vormen. Vroeger werd die draad bij het klaarmaken van de peul getrokken.

Er bestaat echter ook een ras dat geen draad maakt. Van peulen die rijp zijn, kunnen alleen nog de zaden worden gegeten. De zaden kun je zowel vers als gedroogd gebruiken, omdat je ze weer kunt weken en daarna weer gegeten worden. In Nederland noemen we ze dan 'scheiers'.

Voedingswaarden per 100 gram

Energie: 480 kj, 114 kcalWater: 65,9 gram
Eiwit: 7,5 gramCalcium: 35 mgram
Koolhydraten: 14,5 gramIJzer: 2 mgram
Vet: 0,6 gramVitamine C: 0 gram
Vezels: 10,5 gram