Kweeperen

Kweeperen

Kweeperen, ook wel kortweg kwee, met de Latijnse naam Cydonia oblonga, is verwant aan de peer, appel en lijsterbes, maar is niet rauw te eten. Oorspronkelijk komen de kweeperen uit het gebied rond de Kaspische zee. In Zuid-Europa is de vrucht algemeen bekend, en van daaruit werd de kweepeer verder verspreid.
 

Kweeperen zijn rauw oneetbaar. De rijpe vruchten zijn zuur en erg hard. Dat verandert, als je ze ongeveer twintig tot vijfentwintig minuten kookt, dan is het vruchtvlees zacht geworden en heerlijk fruitig van smaak. De kweepeer bevat veel pectine, waardoor de vrucht geschikt is om jam of marmelade van te maken. Het woord marmelade is afgeleid van de Portugese naam voor de kweepeer: marmelo. De oorspronkelijke betekenis van het woord marmelade is kweeperenjam.

Het kweken van kweeperen

De kweepeer is prima in ons klimaat te kweken. De boom wordt uiteindelijk circa vier meter in doorsnede. Er kan in de meeste tuinen en moestuinen welk een plekje gevonden worden om kweeperen te kweken. De kweepeer is in allerlei vormen te koop, onder andere als struik of laagstam. In sommige gevallen zie je de kweepeer als laagstam waarop een ‘normale’ perenboom kan groeien. De kweepeer mag in de volle zon, maar halfschaduw is ook prima. Wat schrale bodem is geen probleem, het is zelfs aan te bevelen.

De oogst van kweeperen

De kweepeer bloeit laat, pas in mei/juni. Aan het eind van de zomer worden de kweeperen gevormd en deze zijn vaak pas in oktober rijp. Een rijpe kweepeer is te herkennen aan de gelig groene kleur, onrijp zijn kweeperen groen. Hoewel rijpe kweeperen erg hard zijn, zijn ze toch ook kwetsbaar, wees dus voorzichtig met plukken! Je kunt geplukte kweeperen tot ongeveer een week bewaren.

Ziekten en ongedierte bij kweeperen

Kweeperen zelf is redelijk veilig voor mens en dier, een onbewerkte, rauwe kweeperen zijn nu eenmaal niet smakelijk. Afhankelijk van het ras kun je wel eens rupsen, meeldauw of bacterievuur aantreffen. Te rijke grond maakt de boom vatbaar voor schimmelziekten. Niet teveel mesten, dus!