Spruiten

Spruiten

Spruitkool, spruitjes of spruiten, het zijn allemaal aanduidingen van de Brassica oleracea. De geschiedenis van spruiten begint in 1821, waar ze voor het eerst rond Brussel geteeld werden. Door de groei en het moment van oogsten, bleken spruiten een belangrijke en interessante wintergroente te zijn en een ideale aanvulling op het wintermenu. De populariteit van spruiten breidde zich snel uit over Europa. Ze worden tegenwoordig vooral geteeld in Engeland, Frankrijk en Nederland. In andere landen is de teelt kleinschaliger.

De Brusselse geschiedenis van spruitjes is vooral goed terug te vinden in de Engelse naam voor spruiten: Brussels Sprouts. De typische spruitjeslucht, die in huis blijft hangen na het koken van spruiten of andere koolsoorten, wordt veroorzaakt door het vrijkomen van vluchtige zwavelverbindingen.

Het kweken van spruiten

In Nederland worden vooral in Zuid-Holland, Flevoland, Zeeland en Noord-Brabant de spruiten commercieel geteeld. Ook in de moestuin en in de volkstuin is deze groente een dankbare aanwinst. Zelfgekweekte spruiten uit de eigen moestuin zijn veel smaakvoller doordat ze kleiner zijn dat de commerciele soort. Enige 'nadeel' van het kweken van spruiten is dat de plant relatief veel ruimte in beslag neemt in je moestuin en ook gedurende het gehele jaar aanwezig is. De spruitjes worden in de volle grond gezaaid van begin maart tot eind april om in de herfst en winter van eigen geteelde spruiten uit eigen moestuin te kunnen genieten. Nadat de spruiten zijn opgekomen en circa 13cm groot zijn kan je de spruiten uitdunnen of op hun definitieve plaats zetten, houdt hierbij circa 50-75cm ruimte tussen planten aan. Bij verdere ontwikkeling van de planten kan het nodig zijn om deze te ondersteunen met een stok, met name als de spruiten op een winderige plek in de moestuin staan. 

Het oogsten van spruiten

Spruiten zijn een echte wintergroente, de hele winter door kunnen verse spruitjes worden geplukt en (nacht) vorst is geen probleem. Sterker nog, net als bij boerenkool, wordt wel gezegd dat de spruiten pas echt lekker zijn en geoogst kunnen worden nadat er een nachtvorst overheen is gegaan aangezien (een deel van) het zetmeel wordt omgezet in suikers. Oogst als eerste de spruiten aan de onderkant van de plant om zo de spruiten aan de bovenkant van de plant de kans te geven zich verder te ontwikkelen. Op deze manier kan je ook meedere malen van een verse oogst van spruiten genieten. 

Ziekten en ongedierte bij spruiten

De traditionele bedreigingen bij koolsoorten komen ook bij spruiten voor. Denk aan knolvoet, de koolvlieg, de melige koolluis en de rupsen van allerlei koolminnende vlindersoorten, zoals het Klein koolwitje, Groot koolwitje of de koolmot. Ook schimmels als meeldauw of grauwe schimmel komen op spruiten voor.

Zaaitabel en plantafstand

15 dagen van zaaien tot kiem, 250 dagen van zaaien tot oogst en een minimum plantafstand van 60 centimeter.

janfebmrtaprmeijunijuliaugsepoktnovdec
            
            
            
  •      zaaien binnen / glas
  •      zaaien buiten / verplanten
  •      oogsten

Spuiten bereiden (blanceren)

Wil je spruiten roerbakken, wokken of gebruiken voor een ovenschotel, dan is het lekkerder om de spruiten eerst te blanceren. Zet een pan met ruim water met wat zout op. Als het water kookt voeg je de spruiten toe. Kijk naar een minuut of vijf of de spruiten beetgar zijn. Is dit niet het geval laat ze dan nog een minuutje doorkoken.

Als de spruiten beetgaar zijn, giet de spruiten af en spoel af met koud water. De groene kleur van de spruiten blijft zo behouden.

Handige tips

  • Schoonmaken van spruiten doe je als volgt: snijd het harde kontje van de spruiten en verwijdere eventuele lelijke buitenste blaadjes. Was de spruiten in koud water.
  • Je kunt spruiten drie tot zeven dagen bewaren. Het lekkerste is natuurlijk direct eten!
  • Wil je de spruiten invriezen? Blanceer de spruiten dan eerst enkele minuten. In de diepvries zijn de spruiten twaalf maanden houdbaar.

Voedingswaarden per 100 gram

Energie: 189 KJ, 45 kcalWater: 86 gram
Eiwit: 2,3 gramCalcium: 38 mgram
Koolhydraten: 5,2 gramIJzer: 0,6 mgram
Vet: 0,7 gramVitamine C: 132 mgram
Vezels: 4,5 gram