Meeldauw of bladvlekkenziekte (clasosporium fulvum) 

Tuinders blijven evenmin gespaard van de bladvlekkenziekte of meeldauw. Merk je geelbruine vlekken op de bladeren van planten? Dan is de kans op deze aandoening erg reëel. Lange perioden van (veel) regen in combinatie met lage temperaturen zijn ideaal voor de vorming en de verdere ontwikkeling van de schimmel die maaldauw veroorzaakt.

De oorzaak is de bladvlekkenschimmel 

De bladeren van planten die door meeldauw zijn aangetast vertonen vooral geelbruine vlekken. Aan de onderkant van zieke bladeren merk je schimmelpluis. Die pluisjes zijn vooral olijfgroen en bruin van kleur. Is deze verkleuring zichtbaar, dan sterven de planten razendsnel af. Opmerkelijk hierbij is dat zowel de stelen van de bladeren als de stengels en de vruchten niet door meeldauw worden aangetast. Na een opvallend korte tijdspanne vormt de schimmel aan de onderzijde van de getroffen bladeren vele nieuwe sporen. Als je niet tijdig ingrijpt, dan zal de oogst erg karig uitvallen. De overgebleven vruchten blijven gelukkig voor consumptie geschikt. 

Schimmel overwintert

De schimmel die meeldauw veroorzaakt is sterk en overwintert gemakkelijk. Bij droge weersomstandigheden zijn achtergebleven sporen al na negen maanden opnieuw in staat om te ontkiemen. Een hoge luchtvochtigheid en temperaturen die niet boven de twintig graden uit stijgen zijn ideaal voor het ontkiemen.

Bladvlekkenziekte voorkomen

Bladvlekkenziekte of meeldauw kun je voorkomen door:

  • Iedere dag de door meeldauw aangetaste bladeren te verwijderen
  • Aangetaste planten onmiddellijk te verwijderen
  • Er voor te zorgen dat de dauw 's morgens zo vroeg en snel als mogelijk kan opdrogen
  • Door het vormen van dauw- en waterdruppels op de bladeren zoveel mogelijk te voorkomen
  • De bladeren niet over elkaar te laten groeien
  • Luchtige groeiomstandigheden te realiseren
  • Het nat worden van de bladeren zoveel mogelijk te beperken
  • De planten uitsluitend 's morgens vroeg te water te geven
  • Bij het snoeien telkens niet méér dan drie bladeren weg te snijden
  • Voldoende plantafstand (minimaal 50 centimeter) in acht te nemen
  • Niet te dicht bij het glas van de kas te planten
  • Tijdens de wintermaanden de (tunnel)kas grondig te ontsmetten
  • Uitsluitend resistente planten te gebruiken
  • De symptomen van meeldauw zijn vergelijkbaar met zowel de gevreesde tomaten- als de aardappelplaag. Leer de symptomen van deze aandoeningen zo goed mogelijk te herkennen zodat je tijdig een sluitende diagnose kunt stellen